terug

de dorpsgek van wijkdam

 

Hij had die zaterdagavond zijn fiets tegen een boom gezet, net als anders.
Rond half twaalf had Dik het dorpscafé verlaten, net als anders.
Iedereen riep hem, van voor en achter de bar, gedag, net als anders.
“Houdoe Dikkiedik, voorzichtig rijen hè!”
Dik wankelde naar buiten.
Hij was al jaren gewend dat de mensen in het dorp hem zo noemden, Dikkiedik.
Maar waarom eigenlijk, dat wist hij niet.
In geen tijden had hij zichzelf in een spiegel gezien.
Ja toch, één keer kon hij zich herinneren, toen hij aan de vaart had zitten vissen.
De zon stond boven hem, waardoor hij zijn eigen silhouet kon zien.
Leuk, hij had gezwaaid en die donkere man in het water zwaaide terug.
Maar de mensen moesten echt niet denken dat hij gek was, mooi niet dus!
Dik wist wel beter.
Hij wist hoe de mensen waren.
“Ze jatten alles van me af, als ze de kans krijgen”, peinsde hij.
“Nou, mooi niet, dus”.
Inmiddels waren zijn ogen gewend geraakt aan het zwakke licht op het pleintje, waaraan het café gelegen was.
Het dunne schilletje maan in deze novembernacht gaf niet veel licht.
De ouderwetse straatverlichting trouwens ook niet.
Hij fixeerde zijn blik op de plataan, waaronder zijn fiets stond.
Met onvaste pas liep hij zigzaggend die kant op.
Zijn tred leek op die van een kind die zijn eerste stapjes doet: voeten ver uit elkaar en zijn armen vrij van zijn lichaam.
Dik had een klein hoofd in vergelijking met de rest van zijn gestalte, dat meer weg had van het Michelin mannetje.
Toen hij halverwege was, hield hij halt.
Hij nam de militaire houding aan en zette de melodie in van de Radetzky mars, daarbij zong hij zijn eigen tekst:
" ‘k Ben niet gek, ‘k ben niet gek, ‘k ben niet, gek, gek, gek,
‘k Ben niet gek, ‘k ben niet gek, ‘k ben niet, gek, gek, gek,
‘k Ben niet gek, gek, gek,
‘k Ben niet gek, gek, gek,
‘k Ben niet gek, gek, gek,gek, gek."
Bij de laatste “gek” haalde hij lang en hard uit.
Marcherend over het verlaten pleintje maakte hij nog een ereronde en stevende toen op zijn fiets af.
“Op de plaafts, fust!”, schreeuwde hij schor.
Dik had vroeger graag in militaire dienst gegaan.
Had wat graag zo’n prachtig uniform willen dragen.
Maar hij was voorgoed afgekeurd, wegens gebrek aan intellect.
Hij had niet begrepen wat dat betekende.
Zijn bejaarde moeder had het hem uitgelegd: “Je hoofd is niet goed genoeg voor het leger.”
Dik boog zich voorover, steunde met zijn voorhoofd op het zadel en barstte in snikken uit.
“Ik ben niet gek”, snikte hij, nu zachtjes.
“Ik ben juist heel slim.”
Het huilen ging over in gegrinnik.
“Ik heb alles bij mij, niemand kan iets van mij jatten, mooi niet dus.”
Opnieuw grinnikte hij en terwijl hij zijn fiets pakte, zette hij de Radetzky mars weer in.
Nu moest hij zien dat hij op de fiets kwam.
Dat viel niet mee met dat bolle stijve lichaam.
Eerst zijn been over de bagagedrager.
Dik legde zijn fiets bijna plat op de grond om zijn been over de bagagedrager te tillen.
Hij trok zijn bivakmuts nog eens even goed over zijn gezicht en vertrok.
De mensen uit het dorp vonden het vreemd dat hij zijn muts nooit afzette en zijn jas nooit uitdeed, maar Dik wist wel beter.
Langzaam fietste hij slingerend richting de dijk.
Voordat hij bij de dijk omhoog fietste, moest Dik hijgend afstappen.
Strompelend en steunend op zijn stuur kwam hij boven op de dijk aan.
Hier was het aardedonker.
De koude novemberwind kwam gelukkig van de goede kant.
Heel in de verte zag hij de lichtjes van het volgende dorp.
Dik hees zich weer op zijn fiets en peddelde de dijk af.
Af en toe sufte hij, beneveld door de drank, wat weg.
Hij voelde zich nu rustig en tevreden.                                                                         ....................................................................

Hoe dit verhaal verder gaat, kunt u lezen in mijn boek.

                                                                                                                                             
                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                    
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008