terug

de drie koffers

 

Moet die hutkoffer ook mee?”, vraagt de chauffeur van de vrachtwagen.
Even heb ik nog getwijfeld.
Zou ik geen spijt krijgen van mijn huidige opruimwoede?
Eén keer in de paar jaar heb ik zo’n onbeheersbare aanval. 
Daarna ga ik weer een aantal jaren door met verzamelen.
“Ach ja, neem maar mee”, hak ik de knoop door.
“Jongens, deze hutkoffer kan ook mee”, roept de chauffeur naar zijn maten.
En daar gaat hij, samen met een ontelbaar aantal boeken, een potkachel, oud serviesgoed, naar de Vincentius stichting.
Mijn hele leven heb ik al iets gehad met koffers.
Ik kan er ook altijd moeilijk afstand van doen.
Misschien zit dat wel in mijn  genen, wie zal het zeggen?
Voor joden hebben koffers altijd een grote symbolische waarde gehad.
Misschien omdat zij er zo vaak gebruik van hebben moeten maken.
De aangrijpende foto’s van de bergen koffers in de concentratiekampen kan ik mij zo voor de geest halen.
Mensen hadden, voordat zij gedeporteerd werden, daar een deel van hun leven ingestopt.
Soms weloverwogen, meestal in grote haast.
Koffers vol herinneringen, blijdschap, verdriet.
Naar al snel bleek , allemaal voor niets.
In mijn leven zijn er drie koffers geweest, die voor mij speciaal geweest zijn.

Waar de hutkoffer vroeger stond, weet ik nog precies.
Hij stond op de rommelkamer bij mijn grootmoeder.
In de oorlog was de hutkoffer gebruikt om het Wedgwood servies van mijn grootmoeder te vervoeren naar een plaats, waar het veilig zou zijn voor de bezetter.
Helaas gleed de hutkoffer halverwege de trap naar beneden en bestond het servies ineens uit heel veel meer onderdelen dan daarvoor.
Als kind lichtte ik de deksel wel eens op om te zien of er iets spannends in zat.
Er zaten alleen dekens en kussens in, nooit een schat.
Maar zeker wist je het natuurlijk nooit.
Soms mocht ik de koffer uitpakken, helemaal leeg maken.
Met moeite kreeg ik de deksel omhoog, hoewel het koperen slot niet meer functioneerde.
Alle dekens en kussens eruit.
 
De geur van mottenballen ontsnapte dan aan mijn schatkist.

Misschien zat er toch nog, onderin, ergens een geheim.
De koffer was aan de binnenzijde bekleed met wit papier met blauwe strepen.
Ik kroop in de hutkoffer en riep: “We gaan vertrekken!”
Dan was de hutkoffer plotseling een schip geworden dat ronddobberde op de wereldzeeën met mij als kapitein.
Een enkele keer transformeerde ik de hutkoffer tot onderzeeër door de deksel met ware
doodsverachting over mij heen te laten zakken.
Toen de hutkoffer later in mijn bezit kwam, heb ik deze nog eens aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen om zeker te weten of niet toch nog ergens een dubbele bodem zat.
Er zaten onleesbare stickers op, mogelijk van exotische landen.
Landen, waar ik naar toe gevaren was, tijdens mijn verre reizen in de hutkoffer.

Als kind had ik een speelgoed koffertje van zo’n vijfentwintig bij twintig centimeter, donkerbruin van kleur en een metalen handvat.
Het werd voor van alles gebruikt.
Natuurlijk ging het met mij mee als ik uit logeren ging, maar daarnaast had het nog andere functies.
Het diende ook een periode als dokterskoffertje.
Het bevatte dan een plastic stethoscoop: blauwe klok, gele slangen en rode oordoppen.
Daarnaast een groene reflexhamer en natuurlijk een enorme geel, groene injectiespuit.
Met mijn, iets oudere buurmeisje speelde ik doktertje, waarbij wij regelmatig van rol wisselden tussen dokter en patiënt.
De eerste beginselen van anatomie heb ik toen opgedaan.
Ik vond het erg spannend, maar wist toen eigenlijk nog niet goed waarom.
Het koffertje verdween jarenlang in mijn speelgoedkast.
Toen ik begon met goochelen kwam het bij toeval weer tevoorschijn.
Het kreeg een nieuwe functie en diende om mijn micromagie trucs in op te bergen.
Later gebruikte ik het zelfs tijdens mijn optredens micromagie.
Het was al een act op zich als ik met het kleine koffertje aan tafel verscheen.
Alle ogen waren gericht op het koffertje en dat is nu precies wat een goochelaar nodig heeft.
Het koffertje werd een goede vriend en gaf mij zelfvertrouwen.
Na een aantal jaren ging ik steeds minder vaak optreden en tenslotte nam ik afscheid van het koffertje en het belandde in een kast.
Tot een jaar of twintig geleden, toen ik opeens een brainwave kreeg.
Waarom zou ik een ouwe vriend niet eens gezellig meenemen tijdens carnaval?
En zo gebeurde het: het koffertje begon een centrale rol te vertolken tijdens mijn carnaval.
..................................................................................

In mijn boek kunt u lezen hoe het verhaal verder gaat.

 

                                                                                                                                                 
                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                    
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008