terug

de leerling engel

 

De stukken stokbrood met camembert hadden mij heerlijk gesmaakt.
Ik keek eens om mij heen om een goede schaduwplek te vinden.
Het was een warme, broeierige dag op de camping.
Nadat ik een mooie plek gespot had, sleepte ik mijn stoel er heen en parkeerde er een tweede stoel als tafeltje.
Een glas rode wijn, nog een stukje kaas en een boek, ik was er helemaal klaar voor.
Ik had mijn stoel uit het zicht opgesteld.
Een beetje van het pad afgekeerd, zodat ik niet met iedereen een praatje zou hoeven maken.
Waarschijnlijk zou ik na vier bladzijden lezen, mijn ogen niet meer open kunnen houden en in slaap glijden.
In de schaduw was het merkbaar minder warm en er woei zelfs een verkoelend briesje.
Heerlijk zo’n middagje niks.
Ik nam een slokje wijn en zocht in mijn boek op waar ik gebleven was.
Nog geen bladzijde op weg hoorde ik opeens naast mij: “Hallo.”
Ik schrok wat geïrriteerd op, want ik had niemand zien komen.
Daar ging dan mijn middagje rust.
Ik had me dat heel anders voorgesteld…
Naast mij zat een klein meisje met blonde krulletjes en een lichtblauw jurkje.
Het eerste wat in mijn gedachten opkwam, was:
“Zo had ik er uit moeten zien, volgens mijn moeder, een meisje, met blauwe ogen en blonde krullen.”
Ik werd een ietsje anders: een dik jongetje met pikzwart haar.
“Hallo”, zei ik, “hoe heet jij?”
“Ellen”, zei ze alsof het vanzelfsprekend was.
“Mooie naam”, antwoordde mijn automatische piloot.
“Vind je?”, zei Ellen.
Ik fronste mijn wenkbrauwen en vroeg: “Hoe oud ben je eigenlijk?”
Ze boog met haar linkerhand een paar vingers van haar rechterhand en omgekeerd en stak de rest lucht in.
“Zo oud”, zei ze met een zucht na deze moeilijke opdracht.
“Jeetje”, zei ik, ”en waar woon je?”
“Daar”, wees Ellen richting vaag.
Inmiddels had zij in kleermakerszit naast mij plaats genomen.
“Ik schrok een beetje, want ik heb je niet zien aankomen.”
Ellen schaterde van de lach.
“Je hebt vast op je tenen gelopen”, zei ik.
“Helemaal niet, ik heb gevlogen”, zei Ellen, nog steeds lachend.
Ik moest ook lachen na deze grap en even later zaten we samen gezellig te giechelen.
“Maak jij wel vaker grapjes, Ellen?”
“Het is helemaal geen grap”, zei ze, nu weer ernstig.
“Kijk maar op mijn rug.”
Zij draaide haar rug naar mij toe.
Ik keek nog eens goed, kneep mijn ogen samen en inderdaad, ik zag twee ragdunne vleugels.
Zij waren zo dun, dat ze nauwelijks te zien waren.
Als de zon er op scheen, zag ik een parelmoer kleurige waas.
“Dus je kunt echt vliegen?”, vroeg ik verbaasd.
“Ja, ik heb pas examen gedaan.”
“Examen?”
“Ja, examen, ik ben leerling-engel.”
“Tjeetje”, was het enige wat ik opnieuw kon uitbrengen.
Inmiddels had Ellen alles van de stoel gezet en was zelf op de stoel naast mij geklommen.
Het kostte haar wat moeite, maar ze zat.
Ze bungelde wat met haar beentjes en zei een tijdje niets.
“Nou, dan ga ik maar weer lezen, als je het niet erg vindt”, zei ik terwijl ik mijn boek weer opensloeg.
“Nee hoor, ga rustig je gang”, klonk het te wijs uit Ellens mond.
Ik las de laatste paar regels door, zodat ik weer wist waar ik gebleven was.
Rust.
“Jij hebt allemaal strepen in je gezicht”, zei Ellen met een ernstige uitdrukking op haar gelaat.
“Strepen?”
“Ja, ik zag het toen je net naar mijn vleugels keek.”
Ze probeerde mij na te doen door haar ogen stijf dicht te knijpen.
“O, je bedoelt rimpels.
“Ja, als je ouder wordt, krijg je steeds meer van die strepen”, zei ik berustend.
Het was weer even stil.
Ellen dacht na.
“Als ik ze tel, weet ik dan hoe oud je bent?”, vroeg ze opeens.
“Nee joh, ik ben geen boom met jaarringen!”
“Of een lieveheersbeestje met stippen!”, zei Ellen terwijl ze weer in de lach schoot.
Zij begon weer met haar beentjes heen en weer te wiebelen.
“Ik verveel me een beetje.”
“Wil je een glaasje cola?”, vroeg ik.
“Nee, ik mag geen cola van mijn moeder.”
“Geen cola van je moeder?”, ik viel van de ene verbazing in de andere.
“Nee, want ik heb lippenstift.”
Ze tuitte haar lippen en trok haar gezicht in een grimas.
“Ja, de lippenstift zie ik, maar heb je ook een moeder?”
“Tuurlijk, jij hebt toch ook een moeder?”, zei Ellen op een toon alsof dit wel een erg stupide vraag was.
“Ja natuurlijk heb ik een moeder, maar ik wist niet dat engelen ook een moeder hadden.”
“Ja dus”, zei de leerling engel enigszins verveeld.
“En ik heb ook nagellak”, vervolgde ze, terwijl ze haar beentjes recht voor zich uitstak.
Ze begon opnieuw te wiebelen.
Ik pakte mijn boek weer op.
Ellen zat weer in gedachten.
“Jij hebt een rare grote teen,hè.”
Voordat ik kon reageren, vroeg Ellen zich af:
“Ga jij later trouwen?”
....................................................................

Hoe dit verhaal verder gaat, kunt u lezen in mijn boek.

 

                                                                                                                                                                


                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008