terug

lift naar de eeuwigheid

 

Het terrein van ‘Het Land van Ooit’ is gekocht door een onbekende Amerikaanse sekte.
In kapitalen staat het over twee pagina’s in het ochtendblad.
Ik had het al horen fluisteren, maar nu lijkt het toch werkelijk waar te zijn.
Het eerste stuk van het verslag sla ik over en begin te lezen halverwege de pagina.
“Op dit moment is deze sekte druk doende de laatste hand te leggen aan de ‘Lift naar de
eeuwigheid’.
Het belooft een zeer bijzondere, beter gezegd, een unieke attractie te worden.
Een reis naar het verleden, naar de toekomst of naar de eeuwigheid.
Abonnees van deze krant kunnen, tegen inlevering van onderstaande bon, rekenen op een korting van vijftig procent.
Vanaf heden is de nieuwe attractie te bezoeken.
Deze bon is slechts geldig in de openingsweek.
Tegen mijn vrouw zeg ik dat ik even een pakje sigaretten ga halen…
“Maar je rookt toch al vijftien jaar niet meer?”, vraagt zij verbaasd.
“Geintje!”, zeg ik, “ik ben over een paar uur terug”.
Ik trek mijn jas aan en vertrek richting ‘Land van Ooit’.
Als ik op A2 afsla richting Waalwijk sta ik onmiddellijk in de file.
Ik had het kunnen weten, geef Nederlanders vijftig procent korting en zij gaan ervoor.
In een slakkengangetje rijd ik verder.
Hoewel het bewolkt is, perst de warmte zich rechtstreeks in mijn huid.  
Ik heb de ramen voor en achter opengezet.
Bij Vlijmen staat langs de kant van de snelweg een man in een Hare Krishna achtige outfit.
Kaalgeschoren hoofd, blote voeten en oranje roze jurk.
Boven zijn hoofd slaat hij twee kleine belletjes tegen elkaar.
Door de wind wappert zijn jurk licht om zijn lichaam.
Om zijn hals draagt hij een bord: ‘Lift naar de eeuwigheid. Wachttijd vanaf hier zeven eeuwen.’
Vlak voor de afslag naar het park staat dezelfde man.
“Hoe kan dat?", vraag ik mij hardop af.
Het enige verschil is de tekst op het bord om zijn nek: ‘Lift naar de eeuwigheid. Wachttijd vanaf hier vier eeuwen.’
Ik kijk links van de weg en zie boven de bomen een gigantische roestvrij stalen koker.
En als ik zeg gigantisch, bedoel ik gigantisch.
De koker heeft een doorsnede van zo’n twintig, vijfentwintig meter misschien?
De hoogte kan ik niet schatten omdat het bovenste deel van de giga koker niet zichtbaar is.
De contouren van de koker vervagen en verdwijnen daar in de wolken.
Intussen heb ik de afslag gehad en rijd stapvoets het park in.
Langs de kant van de weg staat dezelfde kale man in oranje roze, tenminste dat denk ik.
Hij slaat de belletjes boven zijn hoofd tegen elkaar en wijst daarna op zijn bord: ‘Lift naar de eeuwigheid. Wachttijd vanaf hier twee eeuwen’.
Met moeite lukt het mijn auto kwijt te raken.
De weilanden in de omgeving dienen als extra parkeerplaats.
Ik loop naar het gebouw met de kassa’s en raak een beetje moedeloos.
Er zijn wel zestig kassa’s en voor al die kassa’s staat een lange rij.
Intussen kijk ik nog eens naar de reuzenkoker.
Juist op dat moment breekt de zon door, waardoor de koker in de grote spot komt te staan.
De schaduwzijde van de koker glanst zacht.
Aan de kant waar de zon staat, lijkt de koker platina wit te zijn.
Als ik ben aangesloten in de rij begin ik eens om mij heen te kijken.
Allemaal dagjesmensen, alleen, met het gezin, soms met een hele club.
Iedereen wacht gelaten zijn of haar beurt af.
Eindelijk ben ik aan de beurt.
Ik moet, in verband met de privacy, plaats nemen achter de gele streep.
“Privacy?”, denk ik, “ik wil gewoon een kaartje hebben met vijftig procent korting, dat is alles”.
Naast de kassa staat weer dezelfde oranje roze man, kaal hoofd, blote voeten.
Hij slaat de belletjes zachtjes tegen elkaar.
Boven zijn hoofd hangt een bord: ‘Lift naar de eeuwigheid. Wachttijd vanaf hier één eeuw’.
Hij maakt een kleine buiging als teken dat ik aan de beurt ben.
De zon glimt op zijn kale hoofd.
Ik doe twee stappen naar voren.
“Goedemiddag”, welkom, waarmee kan ik u van dienst zijn?”, vraagt de man.
“Ik zou graag een lift hebben terug in de tijd, bijvoorbeeld naar eind negentiende eeuw.
Het lijkt mij machtig om mijn voorouders te ontmoeten, of Vincent van Gogh, of Toulouse Lautr…”
De man onderbreekt mij en zegt: “Helaas zijn de liften naar het verleden volledig volgeboekt vandaag”.
“Het spijt mij”, voegt hij er nog aan toe.
“In de liften naar de toekomst is nog plaats voldoende”.
“Tja, kunt u mij iets aanraden?’, vraag ik weifelend.
“Wat dacht u van het jaar vierduizend acht?”, zegt hij, terwijl hij mij van boven tot onder opneemt.
“Bestaan wij dan nog?”, vraag ik hem verbaasd.
“Uh ja, maar ik ga niet vertellen hoe, want dat is nou net de verrassing!”, zegt hij op een toon alsof ik een klein kind ben.
“Doet u maar een kaartje naar vierduizend acht dan”, besluit ik.
“Retourtje?”, zegt hij geheimzinnig glimlachend.
“Ja graag”, zeg ik snel.
Ik denk even aan wat ik thuis gezegd heb: “Ben over een paar uurtjes weer thuis…”.
“Wilt u een gids mee?”, vraagt de kale oranje roze man.
“Lijkt me wel handig”, antwoord ik zonder te weten wat ik zeg.
“Wilt u zich voor de volledigheid nog even legitimeren?”
Ik geef het entreegeld en mijn rijbewijs.
De kale man legt mijn rijbewijs in de schuif onder het loket.
Het raam van het loket spiegelt, maar ik nog net onderscheiden dat daar een identieke man zit, als naast het loket staat.
Na een paar tellen komen mijn rijbewijs en twee formulieren weer naar buiten.
“Dit zijn uw papieren.
Deze gelden tevens als toegangsbewijs.
Op de papieren staan al uw gegevens, naam, adres, woonplaats, huwelijkse staat, kinderen enz.
Daaronder staat of u een strafblad heeft.
Nee, ik zie, behalve nogal wat verkeersovertredingen, geen strafblad.
Verdere gegevens over uw particuliere bezit, onroerend goed, inkomen, contanten, bankrekening enz. vindt u daar weer onder.
Het tweede blad is gereserveerd voor uw ziektegeschiedenis, medicijnen en dergelijke”.
Ik sta met open mond te kijken en weet niets zinnigs uit te brengen.
“Houdt u deze papieren goed bij u, altijd handig als u in een andere tijd bent.
Dan rest mij niets anders dan u een goede reis te wensen”.
Hij doet een stap opzij en met opnieuw een lichte buiging geeft de kale oranje roze man aan dat ik door mag lopen.
Achter het kassagebouw zie ik tot mijn schrik weer een aantal lange zigzag rijen.
De koker blijkt een veel grotere diameter te hebben dan ik eerst dacht.
Zeker vijftig meter als het niet meer is.
Als ik nog eens goed kijk, zie ik dat het allemaal verschillende rijen zijn, die ieder naar een eigen ingang kronkelen.
Rond de gehele koker zijn zeker honderd ingangen.
Ik word naar een hekwerk geleid.
Daar staat de kale oranje roze man weer met boven zijn hoofd de belletjes.
Met een lichte buiging vraagt hij: “Mag ik uw toegangsbewijs even zien?”
Ik geef hem de papieren.
“Juist, u gaat naar vierduizend acht, dan moet u daar verderop in de rij gaan staan, daar bij het bord ‘eenenveertigste eeuw’.
Na even zoeken vind ik het bord ‘eenenveertigste eeuw’.
Naast het bord staat dezelfde kale oranje roze man.
Om zijn borst prijkt een bord: ‘ Wachttijd vanaf hier 500 jaar’.
................................................................................

Hoe dit verhaal verder gaat, kunt u lezen in mijn boek.

 

                                                                                                                                                                


                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008