terug

toeval bestaat niet

 

In de schoolvakanties mocht ik vaak logeren bij mijn oma in Den Haag.
Hoewel ik slecht van huis kon, was dat toch altijd een feest.
Eerst met de trein naar Den Haag en daarna met de tram naar de Statenlaan.
Mijn grootmoeder was een sterke, goedlachse, egocentrische vrouw met een enorme boezem.
Die boezem trok als klein jongetje al mijn bijzondere aandacht.
Haar borsten waren dan ook gigantisch.
Wat verder aan haar opviel waren haar hamertenen.
Oma liep een beetje Charlie Chaplin-achtig met haar voorvoeten naar buiten gericht.
Ze schommelde altijd en leek wel topzwaar, alsof ze, als zij zou omvallen, nooit meer overeind zou kunnen komen.
Als zij ging slapen nam ze altijd een zakdoekje mee dat ze besprenkelde met eau de cologne.
Ruik ik 4711 dan moet ik nog altijd aan haar denken.
Pas veel later besefte ik dat zij mijn moeder terroriseerde sinds haar kindsjaren.
Na de oorlog, nadat haar dochter (de oudere zus van mijn moeder)in Auschwitz vermoord was, intensiveerde deze terreur alleen maar.
Mijn tante was in alles beter geweest dan mijn moeder.
Dit stond voor mijn oma vast en werd mijn moeder op onmiskenbare wijze voortdurend en “fijntjes” duidelijk gemaakt.
Mijn moeder deed in ieder geval één ding beter dan haar oudere zus.
Nadat zij een dood kind ter wereld had gebracht, werd ik geboren.
Mede dankzij de medewerking van de heer A.H. te D. was dat mijn tante niet gelukt…
En dus had mijn oma een kleinzoon, hetgeen zij geweldig vond.
Zij bezat een groot pand aan de Van Beverningkstraat.
Beneden was een magazijn.
Op de eerste etage woonden de onderhuurders, waarmee mijn oma ruzie had.
Ik wist niet waarom, maar ik had het gevoel dat ik onvoorwaardelijk haar zijde moest kiezen, hoewel deze mensen altijd heel vriendelijk voor mij waren.
Mijn grootmoeder woonde op de tweede etage, waar zij een groot appartement had.
Ik sliep in een opklapbed, wat voor deze gelegenheid was neergeklapt.
’s Morgens mocht ik in de grote badkuip.
Eerst vol laten lopen, dan er voorzichtig instappen zonder uit te glijden.
Het toppunt van geluk was het maken van golven die net niet over de rand sloegen en waarbij ik mij door de hele badkuip bewoog.
In mijn beleving leek het uren te duren voordat ik van het hoofd- naar het voeteneinde en weer terug was gegleden.
Aan de slaapkamer grensde een balkon, waarop een vliegenkastje stond.
Bij mooi weer stond ik uren naar beneden te kijken en te zwaaien naar de buren.
Het was een waar paradijs.
Ik mocht alles!
De logeerpartijen hingen aan elkaar van leuke gebeurtenissen.
Aan de overkant van de straat woonde juffrouw De Gaard, die een relatie had met haar parkiet.
Het was vaste prik dat ik bij haar op bezoek ging, een praatje maakte en daarna een verbluffende vogelshow voorgeschoteld kreeg.
De parkiet had een uitgebreid arsenaal aan kunstjes geleerd, die mij foutloos gepresenteerd werden.
Maar juffrouw De Gaard besteedde daar dan ook de hele dag aan.
Aan het eind van de voorstelling mocht de parkiet een tijdje op mijn schouder zitten.
Dit kleine circus was slechts een aanloop tot het grote, echte werk.
Iedere zomer deed circus Strassburger Scheveningen aan.
Toen was het circustheater nog een echt circusgebouw.
Ik genoot van de magie van het klatergoud en werd prompt verliefd op een onbereikbare engel: 
Elly Strassburger, de koningin van de dressuur.
Een vrouw met zwart glanzend haar op een spierwitte schimmel galoppeerde elegant rond in de piste.
Mijn spotlights waren op Elly gericht en ik droomde van haar.
Het circus heeft altijd aantrekkingskracht op mij gehouden, evenals de magie.
Mijn broer had in zijn kast op de zolderkamer een goocheldoos staan.
Hij gaf er niet veel om, in tegenstelling tot zijn kleine broertje.
Iedere gelegenheid greep ik aan om deze doos te openen en er in te snuffelen.
Mijn grootste wens was “echte” goocheltrucs te bezitten.
Dus, op een gezegende dag ging mijn oma met mij naar de stad.
“Jij mag voor je verjaardag een paar goocheltrucs uitkiezen.”
In De Passage was een feestartikelenwinkel, een klein paradijsje.
Met mijn neus tegen het raam gedrukt, keek ik mijn ogen uit en ja hoor…
Tussen kleine kots van vijfenzeventig cent, grote kots van één gulden vijfentwintig en lepel met knal, stond een hardroze doosje.
Er voor stond een kaartje: truc met het kwartje.
Hier gebeurde het dus, dit was het centrum van het heelal.
De meneer achter de toonbank begreep mijn wensen en begon meteen een minivoorstelling te geven.
Ik mocht wel drie trucs uitkiezen!
Behalve de truc met het kwartje, kreeg ik een truc met een touw en een zwevend roodgele fles en het wereldnummer met het eierdopje en met het verschijnende en verdwijnende ei.
Alles werd netjes in bruin papier verpakt, touwtje er om en met dit pak onder mijn arm verlieten wij de zaak.
Het was tijd voor een ijsje.
“Wil je een loopijsje of een zitijsje?”
“Een zitijsje.”
Ik meen dat het was in lunchroom Formosa.
Het was er niet druk.
Drie heren op leeftijd stonden te overleggen bij het biljart over het maken van de volgende stoot.
Biljarten vond ik altijd razend interessant, dus ik schuifelde al snel van ons tafeltje richting biljart.
Twee stoten verder sprak één van de heren mij aan.
“Wat heb je daar voor een pak onder je arm?”
“Dat zijn goocheltrucs, meneer.”
“Zo, laat eens kijken.”
Dat deed ik natuurlijk maar al te graag.
Touwtje eraf en papier open.
“Maar ik moet nog wel oefenen, meneer.”
“Zo, zo, dat zijn prachtige goocheltrucs!”
Eén van de andere heren kwam op mij af.
“Weet je wel wie deze mijnheer is?”
...........................................................................................

Hoe dit verhaal verder gaat, kunt u lezen in mijn boek.

 

 


Henri Nolles

 

                                                                                     

                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                    
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008