terug

spruitjes (deel 1)

 

“Het zou goed zijn als jij mijnheer Van de Berg gaat begeleiden.”
Ik heb het geluk mijn opleiding tot huisarts te doen bij een geweldige leermeester, die mij niets zal laten doen, waarvan hij denkt dat ik het nog niet aan kan.
Mijnheer Van de Berg heeft een vorm van uitgezaaide prostaatkanker, waarbij de uitzaaiingen in meerdere botten zitten.
Ik ben al eens mee geweest met mijn opleider toen hij een visite aflegde bij mevrouw en mijnheer Van de Berg.
Hij heeft mij toen voorgesteld aan het echtpaar.
Mijnheer had er geen bezwaar tegen als ik hem regelmatig zou komen bezoeken.
Vanmiddag zal ik zelfstandig een visite gaan afleggen op de Damstraat.
Ik bereid me nog eens voor door de kaart en het archief van meneer Van de Berg goed te bestuderen.
Om half vier ga ik op pad.
Het is een paar minuten rijden voordat ik het huis op de Damstraat nummer 7 in het vizier krijg.
Nadat ik mijn auto geparkeerd heb, pak ik mijn tas en loop naar de voordeur.
Even zoeken waar de bel zit.
Ergens knap verborgen, tussen de klimop vind ik een roestige koperen knop, net zo groen als de klimop.
Ik trek aan de bel en vrijwel meteen gaat de deur open.
In de deuropening staat een mouwschort met een gebit, een bril, een goor permanent en een rozenkrans.
Het staart mij aan.
“Is dokter Boot er niet?”.
“Goeiemiddag, mevrouw Van de Berg. 
Ik ben de assistent van dokter Boot, weet u nog.  
Mag ik binnenkomen?”
“Uh, ja… natuurlijk, dokter”.
Puffend loopt zij naar binnen.
Een typische geur die ik niet onmiddellijk thuis kan brengen, komt mij tegemoet.
Ik verwacht dat ze mij zal begeleiden naar haar man, maar dat loopt even anders.
Terwijl ze mij naar de keuken leidt, hijgt zij over haar schouder: “Valt allemaal niet mee, dokter. 
Ik ben er de hele dag maar mooi zoet mee. 
Want een goeie verzorging eist heel wat van een mens.
Hij moet toch goed eten en als ik even niks te doen heb, bid ik voor hem. 
Dus ik zit eigenlijk nooit stil.”
“En als ze de rozenkrans bidt dan?”, denk ik, zonder het uit te spreken.
“Kijk, dit krijgt ie vandaag”.
Op het gas staat een pannetje waarvan zij de deksel oplicht.
Een walm slaat in mijn gezicht.
“Spruitjes, dokter, dat is gezond, wordt ie weer een beetje sterker van. 
En ik heb ze al bijtijds opgezet.”
“Zullen we eens bij uw man gaan kijken”, zeg ik snel.
“Die zit in de achterkamer.”
Als ik de naar binnen ga, zie ik een omgebouwde woonkamer.
De eettafel is tegen de openslaande deuren geschoven.
In het midden van de kamer staat een bed op klossen.
Er naast staat een grote donkerbruine clubfauteuil met een antimakassar.
Tegen de antimakassar rust de schedel van mijnheer Van de Berg.
Mijn blik zakt naar beneden.
Wat is hij mager, een bekleed skelet.
Hij lijkt te verdwijnen in de massaliteit van de fauteuil.
“Dag dokter.”
“Dag meneer Van de Berg. Hoe gaat het vandaag?”
“Goed”, zegt hij, terwijl hij mij met holle ogen aankijkt.
Hij zit roerloos.
“Alleen, het eten gaat steeds moeilijker”.
Terwijl hij dat zegt, slaat hij zijn blik ten hemel en draait zijn hoofd licht richting zijn vrouw.
“Ik zal dat straks nog even met uw vrouw bespreken. En hoe is het met de pijn?”
“Meer pijn in mijn rug, als ik me beweeg en als ik moet hoesten.”
“Ik zal de medicijnen voor u aanpassen en ’s nachts mag u rustig een extra pijstiller gebruiken.”
“Voor mij hoeft het niet zo lang meer te duren, dokter.”
“Dat verwacht ik ook niet, meneer Van de Berg.”
“Hoe lang nog, denkt u?”
“Tja, ik denk in weken, niet meer in maanden. 
Maar als u het nog eens met dokter Boot wilt bespreken, geef ik dat aan hem door.”
“Nee, nee, het is goed zo.”
..................................................................................

Hoe dit verhaal verder gaat, kunt u lezen in mijn boek.
                                                                                                                                                               
                                                                                                                                                           
                                                                                                                                                                                     
terug

 

© copyright paul hammelburg 2008